Auto’s die het bos in reden en nooit meer terugkwamen
Ergens in een bos in Värmland, vlak bij de Noorse grens, staan ruim duizend auto’s. Niemand rijdt er nog mee. Ze staan er gewoon. Al tientallen jaren.
Ik had er foto’s van gezien en dacht: dat moet ik zelf zien. Dus begin oktober zat ik in Zweden, samen met een bevriende fotograaf, op weg naar Båstnäs.
Een autokerkhof waar het bos de baas is
Båstnäs is geen sloperij meer. Het is iets ertussenin. Half museum, half natuur. De auto’s komen grotendeels uit de jaren vijftig en zestig. Volvo’s, Saabs, Amerikaanse sleeën met chroom dat ooit glom.
Nu groeit er mos op de motorkappen. Door een kapot dak steekt een berkje omhoog. Een koplamp kijkt je aan alsof hij nog ergens heen wil.
Ik had hoge verwachtingen. Ze werden allemaal overtroffen. Echt allemaal.
We waren er twee dagen. De eerste dag scheen de zon. Licht dat door de bomen viel, vlekken op het roest, groen dat bijna te fel was. Er liepen precies twee andere fotografen rond, maar het terrein is zo groot dat je ze nauwelijks tegenkwam.
De tweede dag regende het. En er was niemand. Letterlijk niemand.
Ik stond daar met een paraplu boven mijn hoofd en een poncho aan, tussen honderden auto’s die langzaam door het bos worden opgegeten. Druppels op de voorruiten. Natte bladeren op de stoelen. Geen geluid behalve de regen.
Het kon zo uit een horrorfilm zijn gekropen. Het was de mooiste dag van de reis.
In de galerij hieronder zie je beide dagen. Zelfde auto’s, totaal ander verhaal.

Wat ik er fotografeerde
Alles uit de hand. Geen statief, geen gedoe. Gewoon rondlopen en kijken.
Wat werkte:
Details in plaats van overzicht. Een roestig embleem zegt meer dan een rij wrakken.
Laag standpunt. Op ooghoogte van de koplampen worden de auto’s ineens karakters.
Regen niet ontwijken. Natte lak, druppels op glas, verzadigde kleuren. Slecht weer is hier goed weer.
Tijd nemen. Op een plek als deze ga je niet in een half uur rond.
Niet alleen het autokerkhof heb ik gezien
De reis was meer dan auto’s. Langs de kust van Bohuslän stonden we bij de rotsen van Ramsvikslandet, waar de zee alles glad heeft geslepen.
En de laatste dag liep ik in mijn eigen tempo door Oslo. Mooi contrast: roest en mos tegenover graniet en water.
Zin om zelf te gaan?
Toen ik terugkwam, dacht ik: dit wil ik vaker doen. En liever niet alleen.
Daarom werk ik nu een fotoreis naar Zweden uit, met Båstnäs als hoofdgerecht. Het idee is simpel. Jij boekt zelf je vlucht. Ik regel de rest ter plekke: verblijf, vervoer en de plekken waar je wilt zijn.
Onderweg help ik je met instellingen en compositie, als je dat wilt.
Geen massareis. Een kleine groep mensen die het leuk vinden om te kijken. En als het regent, nemen we een poncho mee.
Interesse? Laat het me weten via het contactformulier. Dan hoor je als eerste wanneer de data bekend zijn.

