Wat een lange sluitertijd doet
Bij een lange sluitertijd blijft de sluiter seconden open staan. Alles wat beweegt, wordt zacht. Water verandert in zijde of mist en wolken trekken lange strepen door de lucht. Wat stilstaat, zoals rotsen, ijs en bergen, blijft scherp.
Juist dat contrast tussen beweging en stilstand maakt deze foto’s zo sterk. Je laat iets zien wat het oog niet kan waarnemen, maar wat er wel is.
De rivier in het binnenland
Op een heldere winterdag stond ik aan de oever van een rivier die over brede, getrapte rotsplateaus naar beneden stroomt. De rotsen waren bedekt met ijs en sneeuw. De lage zon kleurde het land goudbruin en in de verte lag een besneeuwde vulkaan tegen een strakblauwe lucht.
Met een lange sluitertijd werd het kolkende water een zachte, melkachtige stroom die zich tussen het ijs door slingert. Tegelijk trokken de wolken boven de vulkaan lange, dunne strepen door de lucht. Twee soorten beweging in één beeld, met de berg als rustpunt.
Wat deze foto voor mij laat werken is het kleurcontrast: het warme licht op het land tegenover het koele blauw van het water en de lucht. Dat licht duurt in de winter maar kort. Je moet dus klaarstaan voordat het er is.
Het zwarte strand van Vík
Een heel ander beeld vond ik op Reynisfjara, het zwarte strand bij Vík. Daar rolt de oceaan in dikke lagen het land op.
Met een sluitertijd van tien seconden trekt het terugstromende water lange witte sliertjes over het zwarte zand. Het lijkt op rook, of op melk. Ik stond daar vroeg in de ochtend met fotovriend Carel, met natte voeten en koude handen, en dacht: hier doe ik het voor.
Bij de zee loont het om te variëren met je sluitertijd. Met een halve tot twee seconden houd je structuur en richting in de golven. Vanaf een seconde of tien wordt de zee een zachte mist. Beide zijn mooi, maar ze vertellen een ander verhaal.

Zo pak ik het aan
Het resultaat ziet er rustig uit. Het werk ervoor is vooral precisie.
- Kijken, heel belangrijk. Ik neem eerst de omgeving in me op.
- Statief en compositie. Ik zet eerst mijn compositie neer. Daarna komt het filter erop, want door een donker filter zie je bijna niets meer.
- Scherpstellen. Ik zoek een punt waar de focus om moet komen.
- Het juiste ND-filter. Verschillend licht geeft ook verschil in filters.
- Controleren. Na elke opname kijk ik naar het histogram, niet alleen naar het schermpje. En ik check het filter op vingerafdrukken. Een vlek zie je pas echt als je thuis inzoomt.
Bij Seljalandsfoss heb ik een half uur gewerkt aan één opname. De zon zakte, de lucht kleurde en precies toen alles klopte, liep er een groep toeristen mijn beeld in. Ik heb gewacht tot ze weg waren. Ook dat hoort erbij.
Ik fotografeer met een Nikon Z8, maar de camera maakt hier niet het verschil. Dat doen het filter, het statief en geduld. Bij Seljalandsfoss heb ik een half uur aan één opname gewerkt. Precies toen het licht goed was, liep er een groep toeristen mijn beeld in. Ik heb gewacht tot ze weg waren. Lange sluitertijden leren je wachten.
Wat stilstaan oplevert
Ik kwam thuis met natte schoenen, een verkoudheid en een geheugenkaart vol opnames. En met een handvol foto’s waar ik echt blij van word.
Thuis wil ik altijd drie dingen tegelijk. In IJsland stond ik seconden lang helemaal niets te doen. Juist daardoor werden de foto’s beter.
Zelf aan de slag met lange sluitertijden?
In mijn cursus lange sluitertijden leer je hoe je met ND-filters, statief en de juiste instellingen beweging vastlegt. Van rivier en waterval tot zee, wolken en lichtsporen in de stad.

